
Zomerlinde / Grootbladige linde
Tilia platyphyllos
Kies een maat
Zomerlinde (Tilia platyphyllos) is een oorspronkelijk inheemse, bladverliezende en zeer langlevende boom van kalkrijke loofbossen, bronbossen, ravijnbossen, kalkhellingen en bosranden. De boom heeft een brede, hoog opgaande kroon. De grote, hartvormige bladeren zijn aan de onderzijde zacht behaard en hebben witte haarbosjes in de nerfoksels. Hiermee is de soort te onderscheiden van Winterlinde, die kleinere bladeren met roestbruine haarbosjes heeft. In juni en juli bloeit Zomerlinde met hangende groepjes van meestal twee tot vijf geelwitte, sterk geurende bloemen. Deze bevatten veel nectar en stuifmeel en verschijnen doorgaans eerder dan de bloemen van Winterlinde. In september en oktober rijpen harde, duidelijk geribde nootjes die samen met het vleugelvormige schutblad door de wind worden verspreid. Zomerlinde is geschikt voor grote tuinen, landgoederen, parken, lanen, voedselbossen en landschappelijke beplantingen. De soort verlangt een diepe, voedselrijke, humeuze en matig vochtige tot vochtige bodem en verdraagt langdurige droogte, verdichting en stagnerend water slecht.
Jaarkalender
| Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
πΈBloeit | ||||||||||||
πLevert nectar | ||||||||||||
πVruchtdragend | ||||||||||||
πHerfstkleur |
Snoeiperiode
| Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| βοΈ Snoeiperiode |
Zomerlinde heeft na een goede begeleidingssnoei weinig onderhoud nodig. Verwijder tijdens de winterrust alleen dode, beschadigde, kruisende of verkeerd geplaatste takken en snoei niet tijdens strenge vorst. Vermijd zware snoei bij oudere bomen, omdat dit veel waterloten kan veroorzaken en waardevolle holten en leefplaatsen verloren kunnen gaan.
Botanisch dossier
Standplaats & bodem
Uiterlijk & seizoen
Eigenschappen
Ecologische waarde
Voedselweb & Biodiversiteit
Zomerlinde combineert een rijke nectar- en stuifmeelbron met een belangrijke functie als waardplant voor rupsen en andere gespecialiseerde insecten. Bladluizen en hun honingdauw voeden mieren, lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven, terwijl rupsen en andere insecten voedsel vormen voor vogels en vleermuizen. De nootjes hebben een beperkte voedselwaarde, maar oude bomen bieden waardevolle nestholten, schuilplaatsen, dood hout en leefruimte voor talrijke soorten.
Verspreiding in Nederland
Bron: NDFF Verspreidingsatlas / FLORON β periode 2020β2026