

Ruwe iep
Ulmus glabra
Kies een maat
Ruwe iep (Ulmus glabra) is een oorspronkelijk inheemse, bladverliezende boom van vochtige, voedselrijke en vaak kalkrijke loofbossen, hellingbossen, ravijnbossen, bosranden en oude hagen. De grote bladeren hebben een sterk scheve bladvoet, voelen aan de bovenzijde ruw aan en kunnen bij jonge scheuten bovenaan drie duidelijke punten vormen. De vrijwel ongesteelde bloemen verschijnen in maart en april voordat het blad uitloopt. Daarna ontstaan brede, gevleugelde nootjes waarbij het zaad ongeveer in het midden van de vleugel zit. De soort groeit uit tot een grote boom en is daardoor vooral geschikt voor parken, landgoederen, grote erven en landschappelijke beplantingen. Ruwe iep is gevoelig voor iepziekte, hoewel individuele bomen in gevoeligheid kunnen verschillen.
Jaarkalender
| Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
πΈBloeit | ||||||||||||
πVruchtdragend | ||||||||||||
πHerfstkleur |
Snoeiperiode
Snoei Ruwe iep alleen wanneer dit noodzakelijk is en bij voorkeur tijdens de winterrust. Verwijder dode, beschadigde of kruisende takken en voorkom grote snoeiwonden. Snoei niet tijdens warme maanden, omdat verse snoeiwonden iepenspintkevers kunnen aantrekken.
Botanisch dossier
Standplaats & bodem
Uiterlijk & seizoen
Eigenschappen
Ecologische waarde
Voedselweb & Biodiversiteit
Ruwe iep is zeer waardevol voor rupsen en nachtvlinders, omdat het blad door verschillende soorten wordt gegeten. Ook de iepenpage gebruikt iepen als waardplant. De bloemen verschijnen vroeg in het voorjaar, maar worden vooral door de wind bestoven en leveren daardoor weinig directe voedselwaarde voor bijen, hommels en zweefvliegen. De gevleugelde zaden worden door vogels gegeten en de grote kroon biedt nest- en schuilplaatsen. Daardoor is Ruwe iep waardevol voor vogels. Kevers, bladwespen, bladluizen, galvormende insecten en andere kleine dieren benutten bladeren, scheuten, bast en zaden en zijn daarom sterk vertegenwoordigd. Kleine zoogdieren profiteren van zaden en beschutting. Ook spinnen, slakken, bodemorganismen, mossen en korstmossen profiteren van de ruwe schors, het bladerdek en de strooisellaag onder de boom.
Verspreiding in Nederland
Bron: NDFF Verspreidingsatlas / FLORON β periode 2020β2026
Past goed bij




Ervaringen van tuiniers
Nog geen beoordelingen. Wees de eerste die een ervaring deelt!






